Aanmelden voor de nieuwsbrief

Alpaca International
Lillerbaan 104
3950 Kaulille - België
Tel. +32 (0) 11 601 394
info@alpaca-international.com

KalenderPublicatiesDownloadsContact
Gezondheid   -   Fokkerij   -   Overig   -   Zoeken
 Home
 Alpaca's
 Het bedrijf
 Verkoop alpaca's
 Dekservice
 Toerisme
 Winkel
 Nieuwsbrief
 Links

Gezondheid

Alle publicaties in de categorie gezondheid en ziektepreventie:

Ernstige schurft bij lama`s
08-09-2010

Door Dr. Jo Leroy

Inleiding 

De lama (Lama glama) behoort net als de alpaca (Lama pacos), de guanaco (Lama guanicoe) en de vicuña (Vicugna vicugna) tot de familie van de New World Camelidae, suborde van de Tylopoda of eeltpotigen. Ze zijn nauw verwant met de dromedaris en de kameel (Old World Camelidae). De lama en de alpaca waren de eerste gedomesticeerde diersoorten op de Zuidamerikaanse hoogvlakten en ook nu nog komen ze er in grote getale voor. Ze worden gebruikt als lastdier en als vlees- en wolproducent. Ook in Europa neemt het aantal lama’s en alpaca’s toe. Veelal worden ze gekweekt voor de wol of als gezelschapsdier.
 
De belangrijkste huidparasieten bij kameelachtigen zijn schurftmijten en luizen. Ze zijn de hoofdoorzaak van ernstige jeuk bij lama’s. De meest voorkomende schurftmijt bij de kleine cameliden is de zogenaamde Sarcoptes scabiei, maar ook Psoroptes en Chorioptes infecties worden regelmatig vastgesteld. Sarcoptes- en Chorioptesmijten komen over het gehele lichaam voor. Vooral de onderkant van de buik, de liesstreek, de poten en de kop zijn het ergst aangetast. Psoroptesmijten komen vrijwel alleen voor in de buitenste gehoorgang en op de kop. Het betreft meestal Psoroptes cuniculi die ook bij andere diersoorten, zoals het schaap en de geit, wordt beschreven als oorzaak van oorschurft. Sarcoptes mijten worden bij 40% van de alpaca’s gevonden en zijn in Zuid-Amerika verantwoordelijk voor 95% van de verliezen bij New World Camelidae, die veroorzaakt worden door huidparasieten. In de literatuur is zelfs melding gemaakt van enorme epidemische uitbraken van Sarcoptes schurft, in de Zuidamerikaanse volksmond “Sarna” genaamd, waarbij tot twee derde van de lamastapel ten onder is gegaan. Ook in België komen heel frequent schurftproblemen voor bij lama’s en alpaca’s. Vaak worden er op dieren, die als volledig gezond worden beschouwd, bij een minutieus onderzoek van de huid (na het open duwen van de vacht) toch schurftletsels gevonden (eigen bevindingen). Klinische symptomen zijn jeuk, korsten en een sterke verdikking van de huid. Geïnfecteerde dieren vermageren en kunnen sterven, indien geen behandeling wordt ingesteld. Sarcoptes scabiei schurft kan tevens overgaan van dier op mens, met ernstige jeuk tot gevolg. De infectie wordt bij de mens pseudo-scabies genoemd en is meestal een zelflimiterende aandoening.
 
Een tweemalige onderhuidse behandeling met ivermectines met tien dagen interval wordt in de literatuur beschouwd als een efficiënte therapie tegen Sarcoptes en Psoroptes schurft. Voor de behandeling van een Chorioptes infectie zouden een dubbele dosis ivermectine, een verlengde behandelingsduur en een behandeling met topicale acariciden nodig zijn.
 
Geval bespreking
 
Twee lama’s (hengsten van ongeveer 1 jaar) werden in het najaar van 2002 aangeboden met een huidprobleem, ongeveer 1 maand na hun aankomst bij de huidige eigenaar. De dieren waren afkomstig van een handelaar en stonden op het moment van de eerste consultatie in een stal met strobedekking, zonder buitenbeloop. De voeding bestond uit 500 g schapenkorrels met maïs- en graskuil en hooi ad libitum. Beide oorschelpen waren gevuld met droge korsten en ook op de neus waren korsten aanwezig. Bij algemeen onderzoek bleken de dieren mager te zijn, maar hun algemene toestand was goed (temperatuur, werking voormagen, hydratatietoestand). Er werden geen huidafkrabsels gemaakt. Toch werd op basis van de symptomatologie de waarschijnlijkheidsdiagnose “schurft” gesteld waarna beide dieren subcutaan werden behandeld met doramectine. Drie weken later werden beide dieren opnieuw voor onderzoek aangeboden. Ze waren erg vermagerd en suf, hadden koorts (39,9°C en 40,3°C) en durfden zich nauwelijks te bewegen. In de oren van één lama waren dikke korsten aanwezig. Het sterkst aangetaste oor hing naar beneden en het ene ooglid hing naar beneden (Foto 1). Op de neusrug, de buik en de poten waren kale zones met een sterk verdikte grijze huid aanwezig (Foto 2). In de nek en op de rug en staartbasis was er een opvallende huidinfectie met een natte huid, kleverige haren en grote huidkloven. De dieren vertoonden pijnsymptomen bij aanraking en verspreidden een onaangename geur. Er werden diepe afkrabsels voor parasitologisch onderzoek genomen van de huid t.h.v. de oren, de neusrug, de poten, de buik en de rug. Alle huidafkrabsels waren positief op levende Sarcoptes mijten. Het oorafkrabsel bevatte levende Psoroptes mijten. De dieren werden nogmaals onderhuids behandeld met doramectine, een ontstekingsremmer en pijnstiller en kregen om de twee dagen langwerkende antibiotica toegediend om de huidinfectie te bestrijden. De korsten werden manueel uit het oor verwijderd. Zeven dagen na de behandeling werden op identieke wijze huidafkrabsels genomen en ook die stalen waren allemaal positief op de vermelde mijten.
 
Tien dagen na deze tweede behandeling en staalname was de huid t.h.v. de staartbasis en de nek droger, maar vertoonde nog diepe kloven. De dieren hadden geen koorts meer, waren iets levendiger, maar vertoonden uitgebreide jeuk waardoor ze zich frequent krabden en waren erg mager ondanks een normale eetlust. Het aangetaste oor hing nog steeds slap naar achter, het ooglid hing nog steeds af en er was een deegachtige, pijnlijke zwelling merkbaar vanaf de basis van de oorschelp tot aan de onderrand van de onderkaak. De wang was opgezet door propvorming van voedsel. De dieren werden opnieuw behandeld. In beide oren werd dagelijks oorzalf aangebracht. De voedselprop werd voorzichtig verwijderd. Zeven dagen na deze behandeling werd er van beide dieren een bloedstaal genomen en werden er opnieuw diepe huidafkrabsels genomen: zeven van de negen afkrabsels bevatten dode Sarcoptes mijten, één afkrabsel bevatte levende mijten, het oorafkrabsel was negatief. Het bloedonderzoek bracht geen abnormale zaken aan het licht, behalve dan misschien dat het zinkgehalte in het bloed (59 μg/dL) iets te laag was (referentiewaarden voor het rund: 70-150 μg/dL).
 
Twee dagen na dit bezoek stierf de lama met de oorontsteking plotseling. Op lijkschouwing bleek het dier uitgemergeld, bevatte de trachea geaspireerd voedsel en vertoonden de longen etterige haardjes. In de mondholte was een voedselprop aanwezig. Vanaf de oorbasis van het rechter oor tot onder de kaakronding abces met pasteuze etter aanwezig.
De algemene toestand van het overgebleven dier ging er ondanks volhouden van de behandeling op achteruit (erge mager en suf), de huidinfectie was opnieuw aanwezig en het dier bleef krabben. Omdat eveneens uit de afkrabsels die nadien van de overgebleven lama werden genomen, bleek dat het dier nog steeds besmet was met levende Sarcoptes mijten t.h.v. de staartbasis en de kop, werd er besloten over te gaan tot hospitalisatie. Na verdoving werd de lama volledig geschoren en grondig gewassen met een schurft afdododend middel. Er werden eveneens langwerkende penicillines (herhaald om de twee dagen) toegediend, alsook een vitaminepreparaat. Tevens werden subcutaan ivermectines toegediend. Het dier kreeg vers hooi en krachtvoer (500g/dag) aangeboden en werd warm gehouden onder een infra-rood lamp. Deze behandeling werd nog zes maal herhaald om de 10 dagen. Regelmatig werd de huid ingewreven met maïsolie om het loskomen van de grote korsten te bevorderen. Spoedig herstelde de eetlust en verdwenen de huidletsels, maar de patiënt bleef krabben. Na de derde en de vierde wasbeurt op de kliniek werden er nog steeds dode Sarcoptes mijten aangetroffen. Net voor de zesde wasbeurt werd het dier opnieuw verdoofd om diepe afkrabsels te kunnen maken. In deze afkrabsels werden er geen schurftmijten meer teruggevonden. Het dier werd genezen verklaard. Drie dagen nadien werd de lama uit de kliniek ontslagen.
 
Bespreking
 
De oorsprong van deze schurftinfectie is onbekend. Toch is het bijna zeker dat beide lama’s reeds geïnfecteerd waren toen ze bij de nieuwe eigenaar aankwamen. Dit vermoeden werd later versterkt toen op de huid van ogenschijnlijk gezonde dieren van dezelfde handelaar, subtiele schurftletsels werden gevonden. Wijziging van huisvesting en transport gaan gepaard met stress en een daling van de immuniteit waardoor heel milde (bijna onzichtbare) schurftinfecties kunnen opflakkeren. Door de dikke vacht blijven letsels heel lang verborgen. Pas na het openduwen van de wol op verschillende plaatsen van het lichaam komen eventuele aangetaste zones aan het licht: aanvankelijk zijn dat kleine bobbeltjes met nadien uitvallen van de haren en een sterke grijsverkleurende verdikking van de huid. Door het vele krabben zal uiteindelijk een enorme huidontsteking ontstaan die sekundair geinfecteerd wordt door bacteriën. Direct contact tussen de dieren is de belangrijkste besmettingsoorzaak. Indirecte overdracht van de schurftmijten via stro en stalbodem speelt geen rol van betekenis. De mijt overleeft slechts enkele dagen in de omgeving. Bij lage temperaturen en hoge vochtigheid is de overlevingstijd langer. Derhalve is de incidentie van schurft hoger in de winter. Ook in het door ons beschreven geval waren de weersomstandigheden heel vochtig en koud (december 2002).
 
Als differentiaaldiagnose voor de veralgemeende Sarcoptes schurft moet gedacht worden aan: Chorioptes schurft, luizen, schimmel- en bacteriële huidinfecties, voedingsallergieën of zink tekorten.
 
Door de sterke verdikking van de huid tengevolge van de ontsteking, moet er rekeing gehouden worden met het feit dat de ingespoten medicatie soms minder goed de schurftmijten kan bereiken. Daarom is het eveneens belangrijk de dieren te wassen met een schurftafdodend middel. Maar door de afwezigheid van lanoline op de wol (wolvet) van kleine cameliden, zijn dergelijke wasprodukten die geregistreerd zijn bij runderen, minder goed werkzaam bij de lama. Het actief bestanddeel in deze pour-on absorbeert immers aan het wolvet om te kunnen werken. Bij de therapie van schurft is het belangrijk een strikt tijdsinterval te respecteren voor de opeenvolgende behandelingen. Een tweevoudige behandeling om de 10 dagen is vrijwel steeds afdoende. Alle dieren die samen gehuisvest zijn, moeten gelijktijdig behandeld worden. Het is eveneens belangrijk om vóór elke behandeling, huidafkrabsels te nemen aan de rand van het letstel teneinde de graad van infectie te bepalen. Indien er nog levende mijten worden gevonden na een tweevoudige behandeling, zoals in dit geval, kunnen er bijkomende maatregelen nodig zijn. Een behandeling van de stal is niet nodig, daar de mijten slechts geringe tijd overleven in de omgeving.
 
Concluderend kan gesteld worden dat een laattijdige diagnose van Sarcoptes schurft bij lama’s kan leiden tot ernstige ontsteking van de huid, met kaalheid, erge verdikking van de huid en het algemeen zeer ziek worden van het dier. Een dergelijk ver gevorderd stadium van schurft reageert niet voldoende op behandelingen met injecties. Deze moeten gecombineerd worden met grondig wassen met een schurftafdodend middel. Bovendien moeten de dieren vooraf worden geschoren zodat huidkorsten kunnen losgeweekt worden en het wasmiddel goed tot op de huid kan doordringen. Een intensieve behandeling van de bacteriële huidinfectie en pijnbestrijding zijn eveneens van groot belang. Veel lama’s blijken subklinisch aangetast te zijn door schurft. Door de dikke vacht komen letsels pas in een vergevorderd stadium tot uiting. Daarom is het heel belangrijk om bij aankoop van een lama (of een alpaca) de huid van de dieren grondig te inspecteren en eventueel preventief te behandelen.
 
Bijlagen

Foto 1. 

Erge huidverdikking en korsten in het oor met afhangen van oorschelp en het ooglid. Haarden van kaalheid op de kop.

 

 Foto 2. 

Erge verdikking van de huid op de buik.

 
 


Terug